Na zo’n veertig jaar nemen Alma Wolfs en Arjan Odijk afscheid van het Ichthus. Generaties leerlingen en collega’s kennen hen als betrokken docent, mentor, conrector, jaarlaagcoördinator, organisator, musicalmaker of – zoals ze zelf lachend zeggen – als ‘de papa en mama van de havo’. Hun afscheid vieren ze in stijl: met de musical Into the Woods van hun eigen productiehuis AHA Productions. Een terugblik op een lange loopbaan in het warme bad dat Ichthus heet.

Jullie geschiedenis samen gaat ver terug. Hoe begon dat?

Alma: “Mijn ouders gingen vroeger vaak kaarten bij vrienden. Arjan was de buurjongen en hij heeft mij leren stoepranden. Superleuk. Op het Ichthus kwamen we elkaar als derdeklasser weer tegen, fietsend naar een schoolzeilkamp in Friesland. Ik herkende Arjan natuurlijk nog van vroeger. Op kamp hebben we toen samen gedanst.”
Arjan: “Later werden we collega’s. Alma gaf Duits, ik economie. We hebben ontzettend veel samen meegemaakt.”

Hoe zag het Ichthus eruit toen jullie hier zelf nog op school zaten?

Alma: “Dat was het echt een totaal andere tijd. Er waren nog veel paters op school. Je had de katholieke tak hier in Driehuis en de gereformeerde tak in IJmuiden. Het ene jaar startte de havo hier en het vwo in IJmuiden, het andere jaar andersom. Als je bleef zitten, kon het zomaar betekenen dat je naar een andere school moest. Dat was best ingrijpend.”
Arjan:
“Toen ik na de mavo de havo ging doen, ben ik naar een andere school, in Beverwijk, gegaan. Ik zag hier al die kromme paters rondlopen en had daar niet zo’n zin in. Als brugpieper had ik hier een licht traumatische ervaring opgelopen toen de gymdocent me nogal hardhandig in mijn nekvel greep omdat ik kauwgom in mijn mond had.”

Jullie keerden allebei terug op het Ichthus als docent. Hoe ging dat?

Arjan: “In het tweede jaar van mijn lerarenopleiding werd ik door het Ichthus gebeld of ik hier Nederlands wilde komen geven en toen ben ik teruggekeerd. Later ben ik vooral economie gaan geven.”
Alma “Ik werd ook gebeld terwijl ik nog studeerde. Op 1 januari 1987 ben ik begonnen. Als docent Duits en heel kort CKV. En ik ben nooit meer weggegaan.”

Piepjong gestart en altijd gebleven. Nooit gedacht: misschien moet ik eens ergens anders kijken?

Arjan: “Ik heb in moeilijke tijden weleens in de krant gekeken of het gras ergens anders misschien groener was. Maar ik geloof daar niet zo in.”
Alma: “Alleen soms omdat anderen zeiden: moet je niet eens iets anders? Misschien was het ook een beetje lafheid dat ik bleef, maar ik wist vooral dat het hier heel fijn was.”

Wat is volgens jullie de ziel van het Ichthus?

Alma: “Volgens mij zit het in het DNA van het Ichthus om een beetje lief voor elkaar te zijn. Er was altijd heel veel lol. Ik heb hier zó verschrikkelijk gelachen. Dat mis ik soms wel een beetje. Iedereen neemt zichzelf tegenwoordig heel serieus, terwijl juist dat plezier maken zo belangrijk is.”
Arjan: “Voor mij is het Ichthus echt dat warme bad. Daar ligt onze kracht. Je moet wel goed op letten dat dat bad niet zó warm worden dat het klef wordt, maar aan de andere kant moet je ook oppassen dat er niet te veel ijsklonten in gaan. Dan raak je kwijt waar je juist zo goed in bent.”

Wat bedoel je met die ‘ijsklonten’?

Arjan: “De professionalisering. Natuurlijk is professioneel werken belangrijk, maar het is onzin om de professionele cultuur tegenover de familiaire cultuur te zetten. Die twee kunnen prima samengaan. Ik heb met Alma altijd heel professioneel gewerkt. Juist dan wordt één plus één drie.”
Alma: “Ja, maar je was voor mij dan ook juist veel strenger dan voor anderen! Als je een vriendin iets liet doen, moest het natuurlijk wel goed. ”

Nooit heibel gehad met elkaar?

Arjan: “Oh, jawel. Ik weet nog dat ik teamleider was van 4 en 5 havo en Alma mentor in dat team. We hadden een teamvergadering en Alma had haar bril niet op. Ze zat iets te promoten waarvan ik dacht: dit is helemaal niet de bedoeling. Ik zat alsmaar naar haar te seinen dat ze op moest houden, maar ze zag het niet. Daarna kregen we een enorme ruzie bij het kopieerapparaat.”
Alma: “Het hele team was van slag. Wij waren toch een beetje de papa en mama van de havo. En nu hadden we ruzie, schreeuwende ruzie echt. Gelukkig was dat weer snel bijgelegd.”

Dat jullie als ‘papa en mama’ werden gezien heeft waarschijnlijk ook te maken met jullie sterke betrokkenheid bij de leerlingen?

Alma: “Zeker. Want uiteindelijk gaat het ook om die kinderen. Dat raken we door alle professionalisering en administratie soms een beetje kwijt. We praten veel over onderwijs, maar minder met het kind. Terwijl het dáár om gaat.”

Zijn er leerlingen die jullie speciaal zijn bijgebleven?

Alma: “Dat zijn heel veel leerlingen, van heel getalenteerde leerlingen tot schrijnende gevallen die alles alleen moesten doen. Ik heb ook een leerling in huis genomen. Zij heeft 5,5 jaar bij mij gewoond en is uiteindelijk getrouwd met mijn buurjongen. Ik noem haar mijn cadeautjeskind. Ze heeft ook gezongen in het Haventheater bij ons afscheid.
Ik kom soms oud-leerlingen tegen. Laatst zei iemand: ‘U zei tegen mij: de grondverf zit er goed op, nu mag je zelf een kleurtje gaan bedenken. Het komt wel goed met jou.’ Zij had dat altijd onthouden.”
Arjan: “Dat soort dingen zijn zo belangrijk. Door de jaren heen heb ik afgeleerd om leerlingen af te schrijven. Ik zeg nooit meer tegen een leerling dat het niks wordt. Je moet blijven kijken naar wat er wél is. Een jaar blijven zitten of zakken is ook niet het einde van de wereld. Soms is dat nodig om te groeien. Het zijn misschien wel juist die leerlingen die me bijblijven. Met één leerling heb ik ontzettend veel gesprekken gevoerd. Uiteindelijk is hij geslaagd en hij heeft nu een bloeiende zaak in IJmuiden. Ieder jaar kom ik hem weer tegen bij de feestweek op het voetbaltoernooi. Dan zegt hij: ‘Als u dat toen niet tegen me had gezegd, was er niets van me terechtgekomen.’”

De musicals vormen een grote rode draad in jullie loopbaan. Hoe begon dat?

Alma: “Met Dolf Schelvis, de toenmalige muziekdocent, hebben we de musicals opgezet. Het was meteen een doorslaand succes. Zo’n 25 tot 15 jaar geleden maakten we echt grote producties. We repeteerden op vrijdagmiddag en op zondag, soms van elf uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds. Er ontstond echt iets bijzonders. Met veel oud-leerlingen ben ik nog steeds bevriend. Een groot deel van de Summerpark Sessions in Velserbeek wordt georganiseerd door oud-leerlingen. Ik kook daar elk jaar voor de tachtig vrijwilligers.””
Arjan: “Als je het hebt over hoogtepunten, dan zet ik ook de musicaltijd absoluut op één. Bij de musicals viel het verschil tussen docent en leerling weg. Dat is onderwijs op zijn mooist. In de klas is het leuk, maar dit was next level. Leerlingen lieten zich zien, en wij ook. Je wordt enorm met jezelf geconfronteerd en je moet je eigen kwetsbaarheid laten zien. Leerlingen durfden vroeger meer. Tegenwoordig denken ze door programma’s als The Voice soms dat je perfect moet zijn om op een podium te mogen staan. Dat is natuurlijk onzin. Je hoeft niet perfect te zijn om iets moois neer te zetten.”

En nu hebben jullie afscheid genomen met een musical van jullie eigen productiehuis AHA Productions Into the Woods. . .

Alma: “Ja, hoe mooi is dat? Met oud-leerlingen op je pensioenfeest staan. De cirkel is rond. We hebben als cadeautje aan alle collega’s een voorstelling gegeven in het Haventheater. In augustus zijn er nog twee uitvoeringen waarvoor nog kaarten te koop zijn.

Welke andere hoogtepunten springen er voor jullie uit?

Arjan: “Ik heb muziekdagen georganiseerd van twaalf uur lang, met optredens op meerdere podia, bandjes, jury’s en soms ook externe bands. En de kerstballen op school waren prachtig. Op de plek waar leerlingen normaal hun broodje pindakaas aten, kwamen ze ineens in lange jurk of smoking. Ze kregen les in stijldansen. Dat was geweldig.”
Alma: “Voor mij waren ook de buitenlandse reizen altijd geweldig. Ik zag het als op vakantie gaan met iets meer kinderen dan ik thuis had.”

Hoe was het contact met ouders door de jaren heen?

Alma: “Er zijn ontzettend veel lieve, leuke en betrokken ouders. Kijk alleen al naar het medeleven dat ze naar ons toe toonden bij het overlijden van Tom. Dat was heel bijzonder.”
Arjan: “Ouders zijn wel mondiger en soms veeleisender geworden. Vroeger werd er meer tegen je opgekeken; jouw mening had meer gewicht. Nu gaan ouders sneller hun kind verdedigen. Tegelijk zijn de MOL-gesprekken vaak een bron van energie. Samen met ouders en leerling weer nieuwe kracht vinden en verdergaan. Dat blijft mooi.”

Hoe blijven jullie straks op de hoogte van het wel en wee van de school?

Arjan: “Mijn zoon en schoondochter werken hier, een deel van mijn kleinkinderen zit en komt hier nog op school. Van mijn oudste kleinzoon kreeg ik laatst een kaartje waarop stond: ‘De naam Odijk gaat op het Ichthus nooit verloren.’ Hij bedoelde daarmee dat hij geschiedenisdocent wil worden. Heel gaaf.”
Alma: “Ik heb mijn vriendschap met Arjan en met heel veel mensen hier op school. Docenten, maar ook de mannen beneden, de conciërges. Dat zijn vriendjes en vriendinnetjes geworden. Die raak ik nooit meer kwijt.”

En dan nu de hamvraag: Is er leven na het Ichthus?

Arjan: “Ja. Er is zelfs een mooi uitgebalanceerd afkickprogramma voor me opgesteld. Ik ga waarschijnlijk de kerstviering nog een keer doen. Dat is een belangrijke traditie en ik ben blij dat we weer in de Engelmunduskerk terechtkunnen. Met collega’s en leerlingen zo’n viering neerzetten, een koor vormen, liedjes uitzoeken: dat vind ik prachtig. Daarnaast wil ik iets opzetten voor de pensionado’s. Zij hebben soms het gevoel dat het erg stil wordt vanuit het Ichthus zodra ze weg zijn. Daar wil ik iets aan doen, bijvoorbeeld met het toesturen van de nieuwsbrieven en door bijeenkomsten te organiseren.En ik wil aan de slag met het archief van het Ichthus. Er is veel verloren gegaan bij verbouwingen, vooral foto’s. Daar kan ik erg verdrietig van worden. Ik zou graag een soort gedenkboek maken voor een lustrumviering.”
Alma: “Ik blijf ook nog dingen doen. Ik ga Arjan helpen met de kerstviering en ik blijf de diploma-uitreiking schrijven en regisseren. Verder mogen ze me altijd bellen als er nood aan de man is, bijvoorbeeld voor Duits of als afdelingscoördinator. En ik wil heel graag actrice worden. Dat wil ik al heel lang en ik denk dat ik dat kan. Mijn cadeautjeskind is actrice en gaat met mij een portfolio maken en me inschrijven bij bureaus. We gaan het zien. In het ergste geval mislukt het, en dat is ook niet erg. Maar ik ga het wel proberen.”

Einde van een tijdperk kortom!

Alma: “De jaren zijn omgevlogen. Je gaat ergens werken, je knippert met je ogen en je gaat met pensioen. Het was een prachtige tijd.”
Arjan: “Ik zou het zo opnieuw doen. Deze school heeft mijn hart.”